De werkloosheid in Nederland is in mei 2026 uitgekomen op 3,9 procent van de beroepsbevolking. Daarmee bleef het werkloosheidspercentage gelijk aan dat van april. Volgens nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waren er in mei 399 duizend werklozen. Over de afgelopen drie maanden nam het aantal werklozen gemiddeld met 6 duizend per maand af.
Tegelijkertijd daalde ook het aantal mensen met betaald werk. In de periode van maart tot en met mei liep het aantal werkenden gemiddeld met 7 duizend per maand terug. Daarnaast groeide de groep mensen die niet tot de beroepsbevolking behoort met gemiddeld 11 duizend per maand.
Groeiende niet-beroepsbevolking
Naast de 399 duizend werklozen waren er in mei ongeveer 3,2 miljoen mensen die niet recent naar werk zochten en/of niet direct beschikbaar waren voor werk. Deze groep wordt daarom niet tot de beroepsbevolking gerekend. Het gaat hierbij voornamelijk om gepensioneerden en mensen die vanwege ziekte of arbeidsongeschiktheid niet kunnen werken.
De stijging van de niet-beroepsbevolking draagt bij aan de veranderingen op de arbeidsmarkt. Meer mensen verlaten de arbeidsmarkt, terwijl minder mensen vanuit deze groep direct een baan vinden.
Aantal WW-uitkeringen neemt af
Ook het aantal WW-uitkeringen daalde in mei. Uit cijfers van UWV blijkt dat eind mei 199,4 duizend WW-uitkeringen liepen. Dat is een afname van 1,8 procent ten opzichte van eind april.
In mei kwamen er 19,0 duizend nieuwe uitkeringen bij, terwijl 22,8 duizend uitkeringen werden beƫindigd. De sterkste dalingen werden geregistreerd in de landbouw, groenvoorziening en visserij (-6,5 procent), de bouw (-6,0 procent) en de uitzendsector (-5,6 procent). Volgens UWV hangt dit samen met de toename van seizoenswerk in het voorjaar.
Meer uitstroom dan instroom van werklozen
De afname van de werkloosheid wordt vooral verklaard door een grotere uitstroom dan instroom. In de afgelopen drie maanden vonden 152 duizend werklozen een baan. Daarnaast stopten 102 duizend werklozen met zoeken naar werk en verlieten zij de arbeidsmarkt. In totaal waren daardoor 254 duizend mensen in mei niet langer werkloos, terwijl zij drie maanden eerder nog wel zonder werk zaten.
Tegenover deze uitstroom stonden 236 duizend mensen die juist werkloos werden. Het ging daarbij om 125 duizend werkenden die hun baan verloren en 111 duizend personen die vanuit de niet-beroepsbevolking op zoek gingen naar werk maar niet direct een baan vonden.
Omdat de uitstroom groter was dan de instroom, daalde het aantal werklozen per saldo met gemiddeld 6 duizend per maand.
Afvlakking van de groei van het aantal werkenden
Het aantal werkenden staat al geruime tijd onder druk. Volgens het CBS komt de recente daling vooral doordat meer mensen stoppen met werken en de arbeidsmarkt tijdelijk of permanent verlaten. Tegelijkertijd stromen minder mensen vanuit de niet-beroepsbevolking direct door naar een baan.
De ontwikkeling past binnen een bredere trend die de afgelopen twee jaar zichtbaar is geworden. De groei van het aantal werkenden is afgevlakt, waarbij vooral het aantal zelfstandigen terugloopt. Het aantal werknemers neemt nog wel toe, maar minder sterk dan in voorgaande jaren.
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en UWV.