De afzetprijzen van de Nederlandse industrie lagen in juni 2025 gemiddeld 0,2 procent lager dan in dezelfde maand een jaar eerder, zo blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Daarmee zet de neerwaartse trend in de jaar-op-jaarvergelijking zich voort, zij het in iets afgezwakte vorm. In mei bedroeg de daling nog 0,6 procent ten opzichte van het voorgaande jaar.
Olieprijzen drukken op industriële tarieven
De prijsontwikkeling van ruwe aardolie speelt traditioneel een grote rol in het verloop van de industriële afzetprijzen, en ook dit jaar is dat niet anders. In juni 2025 lag de prijs van een vat North Sea Brent-olie op bijna 61 euro — een daling van ruim 21 procent vergeleken met juni 2024. Een maand eerder was de daling nog scherper, met een olieprijs van 57 euro, wat neerkwam op een afname van bijna 26 procent jaar op jaar.
Deze lagere olieprijzen hebben zich vertaald naar fors goedkopere producten binnen de aardolie-industrie: in juni waren deze gemiddeld 15,8 procent goedkoper dan een jaar eerder. In mei bedroeg die daling zelfs 21,2 procent. Ook in de chemische sector, die sterk verweven is met de olieprijs, was een vergelijkbare daling zichtbaar. De afzetprijzen in deze branche lagen in juni 2,6 procent lager dan een jaar eerder, iets minder dan de 3,5 procent daling die in mei werd gemeten.
Positieve maand-op-maandontwikkeling
Hoewel de prijzen op jaarbasis nog steeds dalen, vertonen de maandelijkse cijfers een ander beeld. Vergeleken met mei 2025 stegen de afzetprijzen in juni met 0,4 procent. Zowel de binnenlandse als de buitenlandse markt lieten een lichte prijsstijging zien, met respectievelijk 0,4 en 0,3 procent. Deze ontwikkeling zou kunnen wijzen op een voorzichtige stabilisatie of zelfs beginnende kentering, na maanden van neerwaartse druk.
Historisch perspectief: forse schommelingen sinds 2021
Terugkijkend op de afgelopen jaren valt op hoe sterk de industriële prijzen zijn op- en neerbewogen. In de periode tussen halverwege 2021 en midden 2022 stegen de afzetprijzen explosief, met pieken van bijna 25 procent jaar-op-jaar. Die stijging werd gevoed door de nasleep van de coronapandemie, verstoringen in wereldwijde toeleveringsketens en een forse stijging van grondstofprijzen.
Vanaf de zomer van 2022 begon de prijsdruk af te nemen en in de loop van 2023 sloegen de jaar-op-jaarcijfers om in negatieve waarden. Sindsdien zijn de dalingen gematigder geworden, maar een structurele terugkeer naar groei is nog niet in zicht.