Niet-financiële bedrijven in Nederland zagen hun bruto beschikbaar inkomen in 2024 stijgen tot een recordhoogte van 162,5 miljard euro. Dit betekent een toename van 14,5 miljard euro ten opzichte van het voorgaande jaar, zo blijkt uit geactualiseerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Toch blijkt uit dezelfde cijfers dat bedrijven relatief terughoudend zijn met het doen van nieuwe investeringen. De voorkeur lijkt te liggen bij het aansterken van het financiële vermogen, zoals sparen of het aflossen van schulden.
Winstmotor draait op volle toeren
De inkomensgroei werd vooral gedreven door een stijging van de brutowinst voor belasting, die met bijna 18 miljard euro opliep tot 361,8 miljard euro. Ook de operationele winst nam toe, van 250,7 miljard euro in 2023 naar 264,9 miljard euro in 2024. Bijdragen van buitenlandse dochters speelden hierin een rol, met een winststijging van 3,2 miljard euro naar 86,3 miljard euro. De niet-productgebonden subsidies bleven stabiel op 12,6 miljard euro, een lichte stijging ten opzichte van het jaar ervoor.
Hoewel de winstcijfers indrukwekkend zijn, nam ook de loondruk toe. Hierdoor daalde de winstquote – het aandeel van de operationele winst in de toegevoegde waarde – licht met 0,3 procentpunt naar 42,4 procent. Die daling is onderdeel van een trend: sinds 2022 stijgen de lonen van werknemers sneller dan de winsten, wat de winstquote onder druk zet. Desondanks blijft deze nog altijd boven het langjarig gemiddelde van 40 procent.
Investeringsbereidheid onder druk
Ondanks de sterke inkomensgroei namen de investeringen in vaste activa slechts met 4 miljard euro toe. Dat lijkt op het eerste gezicht positief, maar in verhouding tot het gestegen inkomen betekent dit dat bedrijven nog steeds fors meer overhouden dan zij uitgeven. In totaal hielden zij zo’n 10 miljard euro over voor financiële buffers.
Ook uitgedrukt als percentage van de toegevoegde waarde is er sprake van een terugval: de investeringsquote kwam in 2024 uit op 16,6 procent, wat bijna een vol procentpunt onder het langjarig gemiddelde van 17,5 procent ligt. Daarmee wordt de trend van de afgelopen jaren bevestigd, waarbij bedrijven een steeds kleiner deel van hun inkomen aanwenden voor investeringen.
Van crisis naar conservatisme
Sinds 2015 is het bruto beschikbaar inkomen van bedrijven gestaag gestegen, met uitzondering van een terugval tijdens de coronapandemie. Die periode werd echter al snel gevolgd door een forse opleving, mede dankzij overheidssteun en de stijgende olie- en gasprijzen. Tussen 2020 en 2021 steeg het inkomen explosief van 114 miljard naar 156 miljard euro. Na een lichte daling in 2022 wist het bedrijfsleven in 2023 en 2024 opnieuw aan kracht te winnen, culminerend in het huidige record.