Bedrijven hebben in 2024 een duidelijke pas op de plaats gemaakt als het gaat om investeringen in milieuvoorzieningen. Volgens nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) lag het investeringsbedrag met 1,6 miljard euro bijna 40 procent lager dan een jaar eerder. Tegelijkertijd namen de totale milieulasten juist verder toe, tot het hoogste niveau in meer dan tien jaar.
Investeringen op laagste niveau sinds 2020
Milieu-investeringen omvatten uitgaven aan voorzieningen die het milieu beschermen, herstellen of verbeteren, zoals lucht- en afvalwaterzuivering, energiebesparende installaties en vloeistofdichte vloeren. De cijfers hebben betrekking op bedrijven in de delfstoffenwinning, industrie en de openbare energie- en watervoorziening, samen verantwoordelijk voor vrijwel alle milieu-investeringen in Nederland.
In 2024 investeerden deze bedrijven gezamenlijk 1.595 miljoen euro in milieuvoorzieningen. Dat is een scherpe daling ten opzichte van 2023, toen nog 2.624 miljoen euro werd uitgegeven. Ook historisch gezien valt het bedrag op: na een piek in 2020 (2.876 miljoen euro) schommelen de investeringen sterk, maar het niveau van 2024 ligt duidelijk lager dan het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar.
Die terugval is ook zichtbaar in de verhouding tot de totale investeringen. Slechts 9 procent van alle investeringen ging in 2024 naar milieuvoorzieningen, terwijl dit aandeel tussen 2020 en 2024 gemiddeld rond de 14 procent lag.
Vooral minder geld naar lucht en energie
Binnen de milieu-investeringen ging het grootste deel traditioneel naar voorzieningen voor lucht en energie, zoals het terugdringen van luchtvervuiling, energiebesparing en hernieuwbare energie. Juist in deze categorie is de afname het sterkst. Bedrijven investeerden beduidend minder in hernieuwbare energie, waarbij onder meer de groei van het aantal windmolens afvlakte.
Ook in andere milieudomeinen, zoals water, bodem, afval en geluid, namen de investeringen af. Volgens het CBS hangt dit samen met het karakter van milieu-investeringen: ze zijn vaak eenmalig en sterk afhankelijk van een beperkt aantal grote projecten, waardoor de bedragen van jaar tot jaar flink kunnen schommelen.
Milieulasten blijven oplopen
Tegenover de dalende investeringen staat een stevige stijging van de milieulasten. In 2024 bedroegen de totale netto-milieulasten 2.763 miljoen euro, een toename van 426 miljoen euro (18 procent) ten opzichte van 2023. Vergeleken met 2012, toen de lasten nog onder de 900 miljoen euro lagen, is sprake van een verdrievoudiging.
De belangrijkste oorzaak ligt bij de hogere bedrijfslasten van eigen milieu-activiteiten. Afschrijvingen en rentekosten van milieu-investeringen die in de afgelopen 25 jaar zijn gedaan, liepen op van 2.324 miljoen euro in 2023 naar 2.582 miljoen euro in 2024. Daarnaast namen overige lasten toe, zoals kosten voor het afvoeren van waterzuiveringsslib en afval uit luchtzuiveringsinstallaties.
Ook betaalden bedrijven meer aan milieuheffingen en uitbestede milieu-activiteiten, zoals afvalverwerking. Tegelijkertijd vielen overheidssubsidies voor milieu-investeringen lager uit. Omdat deze subsidies normaal gesproken zorgen voor lagere afschrijvings- en rentekosten, droeg de afname ervan juist bij aan hogere netto-milieulasten.
Minder investeren, meer betalen
Het beeld over 2024 is daarmee dubbelzinnig. Aan de ene kant trekken bedrijven de handrem aan bij nieuwe milieu-investeringen, vooral op het gebied van lucht en energie. Aan de andere kant blijven de kosten van eerder gedane investeringen en lopende milieu-activiteiten doorwerken in de cijfers. Het resultaat: minder nieuwe uitgaven aan verduurzaming, maar wel een steeds zwaarder prijskaartje voor het milieubeleid van de afgelopen jaren.