De consumptie van Nederlandse huishoudens lag in april 2026 1,0 procent hoger dan een jaar eerder. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Daarmee zet de groei door, nadat in maart nog een stijging van 0,9 procent werd geregistreerd.
De gepubliceerde cijfers zijn gecorrigeerd voor prijsveranderingen en verschillen in het aantal koopdagen. Volgens het CBS waren de omstandigheden voor consumptie in mei bovendien minder ongunstig dan een maand eerder.
Grotere vraag naar duurzame goederen
Vooral de uitgaven aan duurzame goederen namen toe. Huishoudens kochten in april 4,9 procent meer duurzame producten dan in dezelfde maand van 2025. Met name auto’s, elektrische apparaten en woninginrichting waren populairder.
Ook de bestedingen aan voedingsmiddelen lieten een stijging zien. Gecorrigeerd voor prijsveranderingen gaven consumenten hieraan 0,9 procent meer uit dan een jaar eerder. Daarnaast steeg het verbruik van overige goederen, zoals energie en producten voor persoonlijke verzorging, met 0,5 procent.
Dienstenconsumptie licht lager
De uitgaven aan diensten daalden in april met 0,1 procent ten opzichte van een jaar eerder. Consumenten besteedden minder in de horeca, terwijl de uitgaven aan vervoer en communicatie juist toenamen.
Diensten vormen meer dan de helft van alle binnenlandse consumptieve bestedingen van huishoudens en blijven daarmee een belangrijke factor in de totale consumptieontwikkeling.
Consumptieomstandigheden verbeteren in mei
Het CBS volgt maandelijks diverse factoren die samenhangen met de consumptie van huishoudens, waaronder consumentenvertrouwen, arbeidsmarktomstandigheden en vermogensontwikkeling. Deze indicatoren geven een beeld van het economische klimaat waarin consumenten hun bestedingsbeslissingen nemen.
In mei waren de omstandigheden voor consumptie minder ongunstig dan in april. Volgens het CBS kwam dit vooral doordat de beurskoersen op jaarbasis sterker stegen dan een maand eerder.