Het economische beeld in Nederland is in maart licht negatiever geworden. Volgens de Conjunctuurklok van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) presteerden 9 van de 13 indicatoren onder hun langjarige trend. Daarmee zet de economie een gematigd maar zichtbaar minder gunstige ontwikkeling voort.
De Conjunctuurklok bundelt belangrijke macro-economische indicatoren en geeft een breed beeld van de Nederlandse economie. Dit beeld geldt echter niet in gelijke mate voor alle huishoudens, bedrijven of regio’s.
Consumentenvertrouwen daalt, producenten iets positiever
Het vertrouwen onder consumenten verslechterde opnieuw. In maart 2026 kwam het consumentenvertrouwen uit op -30, een duidelijke daling ten opzichte van -24 in februari. Daarmee blijft het vertrouwen ruim onder het gemiddelde van de afgelopen jaren.
Producenten waren daarentegen iets minder negatief. Het producentenvertrouwen verbeterde van -1,1 in februari naar -0,7 in maart. Hoewel nog licht negatief, ligt het vertrouwen wel dichter bij het langjarig gemiddelde en duidelijk hoger dan in eerdere jaren zoals 2023 en 2024.
Export groeit, investeringen blijven onder druk
De goederenexport liet in januari een groei zien van 1,1 procent ten opzichte van een jaar eerder. Vooral de uitvoer van delfstoffen en textiel nam toe. De consumptie van huishoudens bleef in dezelfde periode stabiel.
Tegenover deze stabiliteit staat een verdere daling van de investeringen. In januari 2026 werd 1,4 procent minder geïnvesteerd in materiële vaste activa dan een jaar eerder. Vooral investeringen in gebouwen, personenauto’s en infrastructuur namen af.
Industrie en bbp tonen lichte groei
De Nederlandse industrie produceerde in januari 1,1 procent meer dan een jaar eerder. Ten opzichte van december was er, gecorrigeerd voor seizoenseffecten, een stijging van 0,4 procent.
Daarnaast groeide het bruto binnenlands product (bbp) in het vierde kwartaal van 2025 met 0,5 procent. Deze groei was voornamelijk te danken aan een positief handelssaldo.
Meer faillissementen en zwakkere arbeidsmarkt
Opvallend is de stijging van het aantal faillissementen. In februari gingen, gecorrigeerd voor zittingsdagen, 17 procent meer bedrijven failliet dan in januari. In totaal kwamen er 40 faillissementen bij, inclusief eenmanszaken. Dit onderstreept de toenemende druk op bedrijven.
Ook de arbeidsmarkt laat tekenen van afkoeling zien. Het aantal werklozen liep op naar 416 duizend, oftewel 4,1 procent van de beroepsbevolking. Tegelijkertijd daalde het aantal vacatures verder naar 380 duizend, een trend die al drie jaar zichtbaar is.
Daarnaast werd er in het vierde kwartaal licht minder gewerkt, met een daling van 0,1 procent in het totaal aantal gewerkte uren. De omzet van uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling steeg daarentegen licht met 0,4 procent.
Huizenprijzen blijven stijgen
Ondanks de gemengde economische signalen blijven de huizenprijzen oplopen. In februari lagen de prijzen van bestaande koopwoningen gemiddeld 5,4 procent hoger dan een jaar eerder. Ten opzichte van januari was er een lichte stijging van 0,1 procent.
Alles bij elkaar wijst het beeld op een economie die nog groeit, maar waarin onzekerheid toeneemt. De combinatie van dalend consumentenvertrouwen, stijgende faillissementen en een afkoelende arbeidsmarkt benadrukt dat de economische vooruitzichten fragiel blijven.