De arbeidsproductiviteit in de Nederlandse transportsector is de afgelopen tien jaar nauwelijks vooruitgegaan. Waar de sector in eerdere decennia nog een belangrijke motor was achter productiviteitsgroei, is de ontwikkeling sinds 2014 sterk afgevlakt en zelfs licht gedaald. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Toch blijft de Nederlandse transportsector internationaal gezien relatief efficiënt. Ondanks de stagnatie ligt de productiviteit nog altijd boven die van veel vergelijkbare landen.
Van koploper naar stagnatie
Tot ongeveer 2014 ontwikkelde de productiviteit in de transportsector zich juist opvallend sterk. In de periode tussen 1995 en 2014 groeide de arbeidsproductiviteit – gemeten als toegevoegde waarde per gewerkt uur – sneller dan in de Nederlandse economie als geheel.
Sindsdien is het beeld echter veranderd. Tussen 2014 en 2019 daalde de arbeidsproductiviteit in de sector gemiddeld met 0,4 procent per jaar. Binnen de transportsector was de luchtvaart de enige branche die nog een kleine positieve bijdrage leverde aan de productiviteitsgroei.
Andere onderdelen van de sector trokken de cijfers juist omlaag. Vooral opslag en dienstverlening voor vervoer – waaronder activiteiten in havens en op Schiphol – hadden een negatieve invloed. Ook het vervoer over water liet nauwelijks verandering zien, terwijl deze onderdelen vóór 2014 nog belangrijke drijvende krachten waren achter de productiviteitsgroei.
Herstel na corona, behalve in de luchtvaart
In de jaren na de coronapandemie verbeterde de productiviteit in vrijwel alle transportbranches. Tussen 2020 en 2024 nam de arbeidsproductiviteit in de meeste sectoren weer toe.
De luchtvaart vormt daarop een duidelijke uitzondering. De toegevoegde waarde van deze sector is nog niet volledig hersteld van de zware klap tijdens de pandemie. Opvallend genoeg is het aantal gewerkte uren inmiddels wél weer terug op – en zelfs iets boven – het niveau van vóór corona.
Naast de prestaties van individuele branches speelt ook een zogenoemd structuureffect een rol. Wanneer werkgelegenheid verschuift naar productieve sectoren, kan de gemiddelde productiviteit van de hele sector stijgen. Sinds 2014 gebeurde dit doordat relatief veel banen ontstonden in opslag en logistieke dienstverlening, een relatief productief onderdeel van de transportsector.
Structurele veranderingen drukken groei
Volgens het CBS kunnen verschillende structurele en conjuncturele ontwikkelingen de stagnatie verklaren. Zo groeide de internationale handel in het afgelopen decennium minder snel dan in de periode daarvoor. Ook nam de dynamiek van bedrijven af, wat de productiviteitsgroei kan remmen.
Binnen afzonderlijke branches veranderde bovendien de aard van het werk. Een duidelijk voorbeeld is de post- en koerierssector, waar de daling van het aantal brieven en de sterke toename van pakketbezorging ervoor zorgen dat het werk arbeidsintensiever wordt.
Nederland blijft internationaal productief
Ondanks de beperkte groei blijft de Nederlandse transportsector internationaal goed presteren. De toegevoegde waarde per gewerkt uur ligt hoger dan in veel andere Europese landen.
Alleen België scoort nog iets beter. In 2024 bedroeg de toegevoegde waarde daar gemiddeld 74 euro per gewerkt uur, tegenover 66 euro in Nederland. Dat verschil komt onder meer doordat de Belgische post- en koerierssector relatief productief is.
In andere landen liggen de cijfers duidelijk lager. In Spanje bedraagt de toegevoegde waarde per gewerkt uur ongeveer 35 euro, terwijl Polen rond de 21 euro uitkomt. Daarmee blijft Nederland, ondanks de stagnatie van de afgelopen tien jaar, een van de productiefste transportsectoren van Europa.