De Nederlandse groothandel heeft in 2025 een bescheiden groei doorgemaakt. Volgens nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) lag de totale omzet 0,9 procent hoger dan een jaar eerder. Vooral richting het einde van het jaar trok de sector aan: in het vierde kwartaal werd zelfs 2,5 procent meer omgezet dan in dezelfde periode in 2024. Daarmee zet de branche voor het derde kwartaal op rij een stijgende lijn voort.
Brede groei, met enkele uitzonderingen
De omzet nam in vrijwel alle deelbranches toe, al waren er duidelijke uitzonderingen. Zo hadden groothandels in landbouwproducten (-3,6 procent) en de overige gespecialiseerde groothandel (-4,2 procent) het juist moeilijker.
Daartegenover stonden stevige groeicijfers in andere segmenten. Met name de groothandel in ICT-apparatuur sprong eruit met een stijging van 5,5 procent op jaarbasis. Ook de voedingsmiddelensector (+3,6 procent) en non-food (+3,0 procent) droegen bij aan de positieve ontwikkeling. De groothandel in industriemachines liet een meer gematigde groei zien van 2,4 procent.
In het vierde kwartaal werd die trend verder versterkt. ICT-groothandels zagen hun omzet met maar liefst 12,1 procent toenemen, terwijl non-food (+6,1 procent) en voedingsmiddelen (+1,7 procent) eveneens groeiden. Alleen de landbouwgroothandel bleef achter, met een forse daling van 12,6 procent.
Minder faillissementen, maar nog geen stabiele lijn
Opvallend is dat het aantal faillissementen in de sector in 2025 licht is gedaald. In totaal gingen 352 bedrijven failliet, 42 minder dan in 2024. In het vierde kwartaal lag het aantal faillissementen op 82.
Kijkend naar de langere termijn ontstaat echter een grilliger beeld. Tijdens de coronajaren lag het aantal faillissementen relatief laag, met bijvoorbeeld slechts 30 in het derde kwartaal van 2021. Daarna liep het aantal weer op, met pieken van rond de 100 faillissementen per kwartaal in 2024. In 2025 lijkt er voorzichtig sprake van stabilisatie, met kwartaalcijfers die schommelen tussen de 89 en 91, en een daling naar 82 in het laatste kwartaal.
Die ontwikkeling suggereert dat de sector zich langzaam herstelt van eerdere economische schokken, maar nog niet volledig in rustiger vaarwater zit.
Vertrouwen blijft hardnekkig negatief
Ondanks de stijgende omzet en het licht dalende aantal faillissementen blijft het sentiment onder ondernemers somber. Aan het begin van het eerste kwartaal van 2026 komt het ondernemersvertrouwen uit op -3,9. Dat is weliswaar iets beter dan een kwartaal eerder, maar markeert tegelijkertijd het zestiende opeenvolgende kwartaal met een negatieve stemming.
Ter vergelijking: het vertrouwen in het totale Nederlandse bedrijfsleven ligt met -3 iets hoger, maar ook daar is nog geen sprake van optimisme.
Personeelstekort en vraag blijven knelpunten
De oorzaken van die terughoudendheid liggen vooral in structurele knelpunten. Zo geeft 31,1 procent van de ondernemers aan te kampen met personeelstekorten, een lichte stijging ten opzichte van een kwartaal eerder. Tegelijkertijd noemt 26,0 procent een gebrek aan vraag als beperkende factor, al is dat aandeel juist iets afgenomen.
Ook tekorten aan productiemiddelen spelen een rol, al wordt dat probleem minder vaak genoemd dan voorheen (8,4 procent). Opvallend is dat ruim een kwart van de ondernemers (26,6 procent) aangeeft helemaal geen belemmeringen te ervaren.
Groei met kanttekeningen
Per saldo laat de groothandel een beeld zien van geleidelijk herstel: de omzet groeit, faillissementen nemen af en sommige deelbranches presteren sterk. Toch blijft het fundament broos. De combinatie van aanhoudende personeelstekorten, wisselende vraag en een hardnekkig negatief sentiment maakt duidelijk dat de sector nog altijd zoekende is naar stabiele groei.