In mei 2025 hebben Nederlandse huishoudens opnieuw meer uitgegeven dan een jaar eerder. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) steeg de consumptie met 1,1 procent ten opzichte van mei 2024. De stijging komt voort uit een toename in de bestedingen aan zowel goederen als diensten, waarbij vooral de vraag naar diensten flink aantrok.
Diensten in de lift
Met een groei van 1,8 procent waren het vooral de diensten die de motor vormden achter de consumptietoename. Nederlanders gaven meer uit aan zaken als openbaar vervoer, restaurantbezoek, evenementen en persoonlijke verzorging. Diensten vormen al langer het grootste deel van de binnenlandse consumptie door huishoudens, en deze trend lijkt zich onverminderd voort te zetten.
Meer vervoermiddelen, minder boodschappen
De aankopen van duurzame goederen, zoals auto's en elektronica, lagen 0,7 procent hoger dan een jaar eerder. Vooral vervoermiddelen waren in trek. Aan de andere kant bezuinigden consumenten licht op hun dagelijkse boodschappen: de uitgaven aan voedings- en genotmiddelen daalden met 0,3 procent. Ook de categorie overige goederen – waaronder energie, brandstoffen en verzorgingsproducten vallen – kende een bescheiden daling van 0,2 procent.
Gunstiger vooruitzichten in juni
Hoewel de cijfers van juni nog niet bekend zijn, wijst de zogenoemde consumptieradar van het CBS op gunstiger omstandigheden voor huishoudelijke bestedingen in die maand. Vooral het vertrouwen in de arbeidsmarkt droeg daaraan bij: consumenten waren positiever gestemd over de toekomstige werkloosheid. Daarnaast waren de beursontwikkelingen minder negatief dan eerder dit jaar.
Toch plaatst het CBS een kanttekening bij de radar: verbeterde omstandigheden leiden niet automatisch tot hogere consumptiegroei. Factoren als koopkracht, inflatie en onzekerheid spelen eveneens een rol in het uitgavenpatroon van huishoudens.
Volumecijfers als graadmeter
Belangrijk om te benadrukken is dat het CBS bij deze cijfers spreekt over volumecijfers. Dat betekent dat prijsveranderingen buiten beschouwing zijn gelaten: de stijging van 1,1 procent weerspiegelt dus een reële toename in het aantal aangekochte goederen en diensten. Ook is rekening gehouden met verschillen in de samenstelling van de koopdagen tussen mei 2024 en mei 2025.