De Nederlandse industrie heeft in november een bescheiden groei laten zien.
De kalendergecorrigeerde productie lag 0,7 procent hoger dan in dezelfde maand een jaar eerder,
blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Daarmee bleef de sector voorzichtig in de plus, al is van een krachtig herstel nog geen sprake.
Ongeveer de helft van de industriële bedrijfsklassen produceerde meer dan een jaar geleden.
Grote verschillen tussen bedrijfstakken
De onderliggende cijfers laten zien dat de ontwikkelingen sterk uiteenlopen per branche.
De reparatie en installatie van machines liet met een stijging van 6,3 procent de grootste groei zien.
Ook de rubber- en kunststofindustrie (5,7 procent) en de voedingsmiddelenindustrie (2,6 procent)
boekten duidelijke vooruitgang. De machine-industrie noteerde een bescheiden plus van 1 procent.
Tegelijkertijd waren er ook duidelijke dalers. De metaalproductenindustrie kende met een krimp van
2,1 procent de sterkste terugval. Ook de transportmiddelenindustrie (-1,9 procent) en de productie
van elektrische en elektronische apparaten (-1,1 procent) lagen lager dan een jaar eerder.
De chemische industrie liet eveneens een lichte daling zien van 0,7 procent.
Deze acht grote branches zijn samen goed voor bijna 80 procent van de totale industriële productie.
Productie lager dan in oktober
Op korte termijn verslechterde het beeld licht. De voor seizoen- en kalendereffecten gecorrigeerde
productie daalde van oktober op november met 0,5 procent.
Dergelijke schommelingen zijn gebruikelijk binnen de industrie, waar stijgingen en dalingen elkaar
vaak snel opvolgen.
Na het dieptepunt in mei 2020 volgde een periode van herstel die doorliep tot het voorjaar van 2022.
Sindsdien is de trend minder stabiel en laat de productie eerder een wisselend tot licht neerwaarts
patroon zien.
Producenten iets minder negatief
Het sentiment onder producenten verbeterde in december enigszins.
Het producentenvertrouwen in de industrie steeg van -1,7 in november naar -1,1 in december.
Daarmee ligt het vertrouwen net boven het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar, dat uitkomt op -1,3.
Producenten waren vooral minder negatief over hun orderportefeuille.
Het oordeel over de verwachte bedrijvigheid en de voorraden gereed product veranderde nauwelijks.
In vijf van de acht onderliggende branches verslechterde het vertrouwen echter.
Producenten in de transportmiddelenindustrie waren met een stand van 2,3 het meest positief,
terwijl het sentiment in de textiel-, kleding- en lederindustrie het meest negatief bleef met -4,5.