Het vertrouwen onder Nederlandse ondernemers is aan het begin van 2026 opnieuw licht toegenomen. In het eerste kwartaal komt het ondernemersvertrouwen uit op -1,8. Daarmee blijft de stemming weliswaar nog net negatief, maar ligt het niveau duidelijk hoger dan het langjarig gemiddelde sinds 2012 en zelfs op het hoogste punt sinds begin 2022. Dat blijkt uit de Conjunctuurenquête Nederland van CBS, KVK, het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB), MKB-Nederland en VNO-NCW.
De verbetering is vooral te danken aan minder sombere verwachtingen over het economisch klimaat. Ondernemers kijken zowel naar de recente ontwikkeling als naar de vooruitzichten iets positiever dan in eerdere kwartalen.
Autohandel trekt kar van herstel
In negen van de twaalf bedrijfstakken nam het ondernemersvertrouwen toe. De sterkste stijging deed zich voor in de autohandel en -reparatie, waar het sentiment zelfs omsloeg van negatief naar positief. Ook in de detailhandel en de bouwnijverheid staat de vertrouwensindicator nu boven nul.
Het meest optimistisch zijn ondernemers in de sector informatie en communicatie. Daar overheerst het gevoel dat de markt zich gunstig ontwikkelt. Aan de andere kant van het spectrum bevinden zich de landbouw, bosbouw en visserij, de horeca en de sector vervoer en opslag. In deze branches nam het vertrouwen juist af en blijft de stemming het meest negatief.
Kostenstijgingen drukken marges
Vrijwel alle bedrijven hebben te maken met hogere kosten. Maar liefst 94 procent van de ondernemers geeft aan dat de uitgaven zijn gestegen. Vooral personeelskosten spelen daarbij een grote rol: 82 procent noemt deze als een van de belangrijkste oorzaken. Daarnaast wijst 29 procent op duurdere grondstoffen en materialen. Kosten voor energie, transport, logistiek en huisvesting worden relatief minder vaak genoemd.
Het doorberekenen van deze hogere kosten blijkt voor veel ondernemers lastig. De helft van de bedrijven zegt dat nauwelijks of helemaal niet te kunnen. Dat beeld is vergelijkbaar met begin 2023 en 2024. Met name in de verhuur en handel van onroerend goed en in de landbouw, bosbouw en visserij lukt het zelden om prijsstijgingen door te voeren. Iets minder dan de helft van de bedrijven kan de extra kosten grotendeels of volledig aan klanten doorgeven. In de bouwnijverheid is dat doorgaans wel mogelijk, net als in vervoer en opslag, de autohandel en -reparatie en de zakelijke dienstverlening.
Meeste bedrijven sloten 2025 winstgevend af
Ondanks de aanhoudende kosten drukte sluit een ruime meerderheid van de bedrijven het jaar 2025 met winst af. Ruim twee derde van de ondernemers rapporteert een positief resultaat. Ongeveer 12 procent leed verlies, terwijl iets meer dan 13 procent uitkwam op een nagenoeg neutraal resultaat. De resterende ondernemers weet het (nog) niet.
De groothandel en handelsbemiddeling springen eruit met het hoogste aandeel winstgevende bedrijven: 77 procent. In de cultuur-, sport- en recreatiesector is dat aandeel met 50 procent het laagst. Opvallend is dat in de verhuur en handel van onroerend goed nauwelijks verliezen werden geleden; slechts 0,5 procent van de bedrijven draaide daar verlies. In vervoer en opslag ligt dat percentage juist hoog, met 24 procent.
Vergeleken met een jaar eerder is vooral in de detailhandel een duidelijke verbetering zichtbaar: het aandeel winstgevende bedrijven steeg daar van 48 naar 63 procent. In de horeca en in vervoer en opslag nam het aantal winstgevende bedrijven juist het sterkst af.