De werkloosheid in Nederland bleef in juni 2025 onveranderd op 3,8 procent van de beroepsbevolking. Daarmee blijft het werkloosheidspercentage voor de derde maand op rij gelijk, blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In absolute aantallen komt dit neer op 386 duizend mensen zonder werk die actief zoeken naar een baan en daarvoor beschikbaar zijn.
Licht dalende trend, ondanks stabiele percentages
Hoewel het percentage werklozen stabiel blijft, is er onderliggend sprake van een lichte daling. Gemiddeld nam het aantal werklozen in de afgelopen drie maanden af met 3 duizend per maand. Tegelijkertijd groeide het aantal mensen met betaald werk met gemiddeld 5 duizend per maand. Daarmee blijft de arbeidsmarkt zich in positieve richting ontwikkelen, zij het in een gematigd tempo.
Ook het aantal mensen buiten de beroepsbevolking – zoals gepensioneerden, mensen met een langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid – daalde licht met gemiddeld 6 duizend per maand. In juni ging het om 3,2 miljoen personen die niet recent naar werk zochten of daarvoor niet beschikbaar waren.
WW-uitkeringen opnieuw gedaald, sterkste afname bij jongeren
Het UWV registreerde eind juni 183,6 duizend lopende WW-uitkeringen. Dat is een afname van 3 duizend ten opzichte van mei, oftewel een daling van 1,6 procent. In totaal werden 19,1 duizend nieuwe uitkeringen toegekend en 22,1 duizend beëindigd.
De daling was het meest uitgesproken bij jongeren tot 25 jaar (-3,7 procent), gevolgd door de leeftijdsgroep 25-34 jaar (-2,7 procent). Ook bij mensen tussen de 35 en 55 jaar liep het aantal uitkeringen terug, zij het in bescheidener mate. Alleen bij 65-plussers nam het aantal WW-uitkeringen juist licht toe (+0,2 procent), waarmee deze groep een uitzondering vormt op de algemene trend.
Dynamiek op de arbeidsmarkt: uitstroom groter dan instroom
De schijnbare stabiliteit in de werkloosheidscijfers maskeert een levendige dynamiek op de arbeidsmarkt. In juni waren er 239 duizend mensen die drie maanden eerder nog werkloos waren. Van hen vond een deel werk of verliet de arbeidsmarkt geheel. Tegelijkertijd kwamen er 230 duizend nieuwe werklozen bij, mensen die ofwel hun baan verloren of voor het eerst toetraden tot de arbeidsmarkt zonder direct werk te vinden.
Doordat de uitstroom van werklozen (naar werk of buiten de arbeidsmarkt) groter was dan de instroom, daalde het totale aantal werklozen de afgelopen maanden licht. Dit sluit aan bij de daling in WW-uitkeringen, en onderstreept de veerkracht van de arbeidsmarkt in een tijd waarin economische signalen gemengd zijn.
Historisch perspectief: werkloosheid structureel lager dan voorgaande jaren
Wanneer we de huidige cijfers in historisch perspectief plaatsen, valt op dat de werkloosheid in absolute aantallen aanzienlijk lager ligt dan in de periode 2017-2021. In juni 2017 waren er nog 555 duizend werklozen en 372 duizend WW-uitkeringen. Sindsdien is er sprake van een structurele daling, met een korte opleving tijdens de coronapandemie in 2020. In juni 2020 steeg het aantal werklozen tot 513 duizend, met 301 duizend WW-uitkeringen. Inmiddels zijn beide indicatoren weer fors gedaald.
Vergeleken met het dieptepunt in juni 2022 (339 duizend werklozen en slechts 161 duizend WW-uitkeringen), liggen de huidige cijfers iets hoger, maar nog altijd op een relatief laag niveau. De lichte stijging in de eerste maanden van 2025 lijkt voorlopig gestabiliseerd.